www.f1-planet.com - Special: Een Mentale Kwestie

 

EEN MENTALE KWESTIE

 

       
 

Topsnelheden, enorme G-krachten en alles overstemmende geluidsgolven, de massale aandacht van de fans en de media op en de continue druk om te presteren: De Formule 1 vergt het uiterste van een coureur. Zowel op als naast de baan. Het is daarom essentieel dat hij stevig in zijn schoenen staat. En hoewel we niet anders zouden verwachten van een coureur op het hoogste niveau, is het zeker niet vanzelfsprekend.

 

 

 

Imola, 20 april. Michael Schumacher rijdt na de uitloopronde de pitstraat in en neemt, bij het parkeren van zijn Ferrari in het parc fermé even een moment voor zichzelf. Heel even laat hij de Formule 1 voor wat hij is. Zojuist had hij de Grand Prix van Imola op zijn naam gebracht; dat terwijl slechts enkele uren eerder zijn moeder was overleden in een ziekenhuis in Keulen.

Het weekend in Imola onderstreepte nog maar eens dat niets menselijks Formule 1-coureurs vreemd is. Ook zij hebben zo hun eigen gevoelens, gedachten en problemen. Zoals u en ik houden ze die het liefste buiten massale aandacht en is dat niet het beeld dat we normaal gesproken hebben van de Formule 1-coureur. Tijdens de Grand Prix' zien we de afgetrainde sportmannen, die tot het uiterste gaan om zo snel mogelijk over de circuits te razen. Vrijwel iedere vorm van emotie blijft gedurende die ronden verhuld onder de helm van de rijder.

De fysieke inspanning is echter maar het topje van de ijsberg. Gedurende de wedstrijd staat de coureur onder grote druk. Van zijn tegenstanders, van het team en van de strategie. De druk om te presteren is groot, want hij weet de ogen van miljoenen kijkers op zich gericht en de media straffen iedere fout genadeloos af.

Daarbij komen nog de fysieke ongemakken. Anderhalf uur lang zit de coureur opgevouwen in een monocoque die net groot genoeg is om met de armen de vereiste stuurbewegingen te maken en werken er extreme krachten en geluidsgolven op hem in. Het hoofd en de nek krijgen tot niet minder dan 4 G te verwerken en de geluidshinder kan in de helm oplopen tot 114 decibel. Ter vergelijking: bij 9 G kan men het bewustzijn al verliezen en bij 120 decibel wordt de pijngrens bereikt. 

In dergelijke omstandigheden kan een coureur voor stress komen te staan. In een fysieke of emotionele staat, waarbij sprake is van dreiging of van een onverwachte situatie maakt het lichaam zelf stresshormomen aan, die reacties als een verhevigde hartslag, angstzweet en duizeligheid kunnen veroorzaken. Dit kan leiden tot inschattingsfouten en besluiteloosheid op kritieke momenten.

Stress kan echter ook een stimulerend effect hebben. Het belangrijkste stresshormoon, cortisol, zet het lichaam aan om extra energie op te wekken. De sleutel ligt daarom voor de coureur in het benutten van het stabiliserende effect van stress, maar het voorkomen van een negatieve reactie. Om dit te bereiken moet de coureur in de eerste plaats een zo goed mogelijke conditie hebben. Dit vergroot zijn uithoudingsvermogen. Hierdoor zal het lichaam minder snel stresshormonen aanmaken.

In de tweede plaats is het van belang dat de coureur een groot concentratievermogen opbouwt. Hierdoor is hij in staat om, ook in fysiek zware situaties, rationele beslissingen te nemen. Viervoudig kampioen Alain Prost heeft hier een heel duidelijke mening over: "Tachtig procent van je prestatie is psychologisch."  

Er bestaan verschillende technieken om de concentratie te trainen, maar het is persoonsafhankelijk welke techniek het beste werkt. Om die reden verschilt de voorbereiding per coureur. Dit is voor de coureur hét moment om zich te concentreren op de wedstrijd. De een trekt zich terug in een vorm van meditatie, de ander heeft er juist behoefte aan zijn gedachten even te verzetten en een ontspannend gesprek te voeren. 

De concentratieopbouw is essentieel om tijdens de race optimaal gebruik te maken van de verschillende zintuigen: bij het besturen van de auto zijn zowel zicht, het gehoor als het gevoel onmisbaar. De concentratie is tevens van belang voor de reflexen van de coureur. Timing van handelingen is in deze sport van levensbelang en gezien de snelheid volgen die elkaar in een zeer hoog tempo: sturen, gas geven, remmen, schakelen, het inschatten van afstanden, het checken van het dashboard en communicatie met de pits zijn slechts enkele van deze handelingen. Een Formule 1-coureur onderscheidt zich daarin wezenlijk van andere topsporters. Oud-wereldkampioen Nigel Mansell omschrijft het als volgt: "Een Formule 1-coureur kan, met het werk dat hij bij zulke snelheden doet, heel veel gedachte-impulsen tegelijk verwerken. Veel sneller dan de gemiddelde mens."

De meeste handelingen verricht een coureur intuïtief. Het voelen wanneer hij de auto op de limiet rijdt is niet iets wat de coureur van zijn dashboard kan aflezen. Hiermee stuiten we op de derde belangrijke factor: het talent van de coureur. Behalve de gedachtesnelheid speelt ook intelligentie hierbij een rol: het vermogen om de gevolgen van de te nemen handeling te voorzien en te overzien. Met dat laatste kan hij fouten corrigeren en dit zodanig in zich opnemen dat hij diezelfde fout niet nog eens maakt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat coureurs zich juist op deze punten van elkaar onderscheiden. Voor wat betreft hun conditie ontlopen de coureurs elkaar anno 2003 nauwelijks. Gezonde voeding en dagelijkse trainingsprogramma's zorgen ervoor dat elk van de 22 coureurs in topconditie is. Op het punt van concentratievermogen en uiteraard ook op dat van talent verschillen de coureurs echter terdege van elkaar. Van het huidige startveld staat Michael Schumacher bekend om zijn verbluffende concentratievermogen en natuurlijk talent. Ferrari's Technisch Directeur Ross Brawn verwoordde het treffend: "Als ik hem vergelijk met andere coureurs waar ik in het verleden mee gewerkt heb, dan valt vooral op dat hij zo rustig is. Waar anderen keihard werkten op de baan, is Schumacher zo relaxt dat het over de radio lijkt alsof hij naast je zit en niets doet. Hij kan functioneren als een Formule 1-coureur en heeft daarbij nog een reservecapaciteit om na te denken over de race en over wat er om hem heen gebeurt. Ik heb daarentegen gewerkt met coureurs die alle aandacht nodig hebben voor datgene waar ze op dat moment mee bezig zijn en geen reserves hebben. Dat is het verschil tussen hem en andere stervelingen."

Michael Schumacher staat bekend om zijn onvoorwaardelijke toewijding aan de sport, zijn team en zijn doel. Die toewijding is zo sterk dat hij zelfs op een zwarte dag als raceday op Imola dit jaar zijn werk wil doen. Tijdens Grand Prix-weekends is hij na afloop van de trainingssessies vaak nog uren bezig met het analyseren van datagegevens en het bespreken van de strategie en het gedrag van de auto. Daarin ligt een opvallende gelijkenis met een andere grootheid die de sport heeft voortgebracht: Ayrton Senna. Senna had dezelfde toewijding en sprak vaak nog mogelijke verbeteringen door met zijn monteurs op het moment dat anderen het circuit al hadden verlaten voor een welverdiende nachtrust. 

Senna stond bekend om zijn bijna spirituele concentratie. Voorafgaand aan een kwalificatie of een race trok hij zich terug in een vorm van meditatie, waarbij hij de complete ronde over het circuit tot in detail voor zichzelf doornam. Hij nam de exacte rem- en schakelpunten in zich op om de auto vervolgens op de limiet over het circuit te sturen. 

Het vinden van de juiste concentratie is voor een coureur misschien wel een van de moeilijkste opgaven. Vaak zie je gedurende een carrière van een coureur zijn voorbereiding op een wedstrijd of een kwalificatie veranderen. Zo deed Mika Hakkinen in de beginperiode voorafgaand aan de kwalificatie aan meditatie. Enkele seconden voor het moment dat hij met de McLaren de baan opging sloot hij zijn ogen om zijn gedachten volledig op de ultieme ronde te richten. In zijn succesperiode bij het team had hij deze benadering duidelijk losgelaten: "Het werkte het niet", aldus de Fin, "dus ben ik ermee gestopt." 

Een coureur die gedurende zijn loopbaan wellicht de grootste mentale progressie heeft geboekt is Nigel Mansell. In diens beginperiode maakte hij een zeer moeilijke periode door bij Lotus. Vooral na de dood van teambaas Colin Chapman werd hij onder grote druk gesteld. Het legendarische merk had tal van grootheden voortgebracht en gezien zijn Engelse nationaliteit was Mansell aan zijn stand verplicht om te presteren. Peter Collins, die bij Lotus nauw samenwerkte met Mansell zei: "Er was een psychologische druk waar Nigel niet tegen opgewassen was. Zijn prestaties leden onder de gedachte van: als je nu crasht, lig je eruit. Toen hij Lotus verliet was hij mentaal gezien een wrak." De opleving die Mansell daarna doormaakte in zijn eerste periode bij Williams was daarom zeer opvallend. Hij was in een team terechtgekomen dat hem steunde en dat had wierp zijn vruchten af.

Er zijn dus ook externe factoren die van invloed zijn op het concentratievermogen van een rijder. Neem bijvoorbeeld de situatie waarin een coureur keer op keer uitvalt met mechanische problemen. Dit overkwam Mika Hakkinen in 2001. De vele uitvalsbeurten hadden grote gevolgen voor zijn concentratievermogen. Op het paddock werd zelfs voorzichtig over een 'burn out' gefluisterd. Hoe het ook zij, Hakkinen besloot na 2001, op 33-jarige leeftijd, een punt achter zijn carrière te zetten.

Achtentwintig jaar eerder deed Jackie Stewart hetzelfde, maar hij had zojuist zijn derde wereldtitel behaald. In zijn geval was de dood van zijn teamgenoot, François Cevert, de aanleiding om te stoppen. In de voorgaande jaren had Stewart in Jim Clark, Bruce McLaren, Piers Courage en Jochen Rindt al dierbare collega's verloren. Enerzijds was er het besef dat hem op een dag hetzelfde kon overkomen en anderzijds de overtuiging dat hij het hoogst haalbare in de sport al had bereikt.

Angst is een slechte raadgever in de Formule 1, maar hoewel een coureur er niet bewust mee bezig wil zijn, zal hij de risico's van het vak altijd in het achterhoofd hebben. Wanneer die echter bewust een rol gaan spelen tijdens het racen, wordt er een extra gedachteimpuls toegevoegd aan de handelingen die hij in de cockpit verricht. Behalve het overzien van de gevolgen van de handeling, zal hij daaraan onbewust waardeoordelen gaan geven. Daarmee wordt zijn concentratie extra belast en worden bovendien eerder stresshormonen aangemaakt, die een nog negatiever effect hebben op de concentratie.

Angst heeft als psychologisch effect dat de coureur zich niet prettig voelt in de betreffende situatie, wat op de lange termijn tot gevolg zal hebben dat de coureur zich gaat afvragen of hij zich nog wel langer in die situatie wil bevinden. Motivatie is het sleutelwoord. Een coureur die niet gemotiveerd is kan zich niet optimaal concentreren op de race. Er wordt door het lichaam minder adrenaline aangemaakt. Die stof zorgt voor een stimulerend effect op de concentratie. Het lijkt een open deur dat een coureur die niet gemotiveerd is niet optimaal kan presteren, maar in de Formule 1 kan dat een enorm verschil maken. In 1999 twijfelde Damon Hill sterk aan zijn motivatie en dat uitte zich overduidelijk in zijn prestaties. Won hij in 1998 nog de Grand Prix van België, in 1999 was hij voortdurend langzamer dan teamgenoot Heinz-Harald Frentzen, stapelde hij fout op fout en eindigde hij in het kampioenschap slechts met zeven punten.

Jackie Stewart omschrijft wat er in het hoofd van een coureur omgaat als hij zijn motivatie verliest: "Als een coureur zijn motivatie verliest heeft hij iets nodig waarmee hij zichzelf er weer bovenop kan helpen. Wat voor chassis je ook hebt, wat voor motor of wat voor budget, je bent er zelf voor verantwoordelijk dat je er voor kunt gaan. Zelfs Ken Tyrrell kon mij er destijds niet bovenop helpen. Ik moest er zelf enorm m'n best voor doen. Ik ging naar buiten, deed mijn huiswerk en deed alles wat ik kon. Ik kan me alleen nog herinneren dat ik me zelf harder moest pushen dan ik ooit had gereden. Maar er is een limiet. Je kan niet te ver gaan en iets doms doen. Het grootste risico is dat je met de auto over de limiet gaat. Soms ga je sneller als je langzamer bent."  

Over clichés gesproken. Als iets duidelijk wordt uit de woorden van Stewart, dan is het dat concentratie en motivatie een van de moeilijkste aspecten voor een coureur zijn. In de Formule 1 heeft een coureur alles wat zijn hartje begeert. Hij geeft zijn monteurs een aanwijzing en de auto wordt voor hem aangepast. Het team bedenkt de strategie, bereidt de auto voor, houdt zijn agenda bij, bereidt zijn eten, wast zijn overalls en ga zo maar door. Maar op het moment dat op zondagmiddag de lichten uit gaan, moet hij gedurende anderhalf uur een topprestatie neerzetten in extreme omstandigheden. Hij is vanaf dat moment volledig op zichzelf aangewezen.

 

 

Imola onderstreepte dat niets menselijks Formule 1-coureurs vreemd is.

 

 

Anderhalf uur lang moet een coureur presteren in extreme omstandigheden.

 

 

"Tachtig procent van je prestatie is psychologisch." - Alain Prost

 

 

 

De handelingen van een Formule 1-coureur volgen elkaar in een zeer hoog tempo.

 

 

"Schumacher kan functioneren als F1-coureur, maar heeft daarbij nog een reservecapaciteit" - Ross Brawn

 

 

Ayrton Senna nam voor zichzelf een ronde over het circuit in gedachten en stuurde de auto vervolgens op de limiet over het circuit.

 

 

Mika Hakkinen deed in zijn beginperiode aan meditatie, maar liet deze benadering los.

 

 

"Toen Mansell Lotus verliet was hij mentaal gezien een wrak." - Peter Collins

 

 

 

De vele uitvalsbeurten hadden een negatieve invloed op het concentratievermogen van Hakkinen.

 

 

Damon Hill stapelde in 1999 fout op fout.