www.f1-planet.com - Special: Vechten Voor Een Kans

 

VECHTEN VOOR EEN KANS

 

       
 

Nu de voorbereidingen voor het seizoen 2004 in volle gang zijn, wordt er achter de schermen fel gestreden om de laatste stoeltjes. Onder de vele kandidaten bevinden zich een aantal routiniers, maar vooral ook veel jonge coureurs. En juist die laatste groep heeft momenteel de grootste moeite om door te dringen tot de koningsklasse. Ongeacht het talent, want dat is bij een aantal van hen absoluut aanwezig.

F1-Planet.com ging op zoek naar de redenen en analyseerde hoe een coureur zich de beste kansen kan verwerven.

 

 

 

Wanneer je kijkt naar de geschiedenis van de Formule 1 worden een aantal tendensen al snel duidelijk. Een daarvan is het feit dat coureurs gaandeweg op een steeds jongere leeftijd debuteren op het hoogste niveau. Lag de gemiddelde leeftijd van de coureurs bij de start van het wereldkampioenschap in 1950 op veertig jaar; bij de start van het seizoen 2003 lag dat gemiddelde voor het eerst onder de 28 jaar. Het feit dat Fernando Alonso dit seizoen in Hongarije op 22-jarige leeftijd de jongste Grand Prix-winnaar ooit werd, is tekenend.

De oorzaak van deze trend ligt in de eerste plaats in het besef van de teambazen hoe belangrijk het is om jong talent aan te trekken. Door de enorme dominantie van Michael Schumacher kwam men tot de conclusie dat het hebben van een goede auto alleen niet voldoende is om succesvol te zijn. Een getalenteerde rijder is minstens zo belangrijk. In het afgelopen seizoen werd meer dan eens duidelijker dat een goede coureur het verschil kan maken. De teambazen gingen zich aan het einde van de jaren '90 dan ook steeds nadrukkelijker oriënteren op de lagere raceklassen. Het eerste zichtbare resultaat hiervan was het vroege debuut van Jenson Button, die in 2000 op 20-jarige leeftijd meteen mocht instappen bij BMW.Williams. Al snel volgden Sauber en Jordan dit voorbeeld met respectievelijk Kimi Räikkönen, Felipe Massa en Takuma Sato. Toen Renault vorig jaar de voorkeur gaf aan de 21-jarige Fernando Alonso, had deze al een schat aan ervaring opgedaan. In 2001 reed de jonge Spanjaard voor Minardi en 2002 was hij als testcoureur van het team klaargestoomd voor het grote werk.

Zo bekeken lijkt er geen vuiltje aan de lucht voor jong talent. Zowel Button, Räikkönen als Alonso lieten een enorme indruk achter en gelden nu als potentiële kampioenen. Er lijkt echter een kink in de kabel te zijn gekomen. In tegenstelling tot andere jaren staat er voor 2004 vooralsnog geen enkele debutant op de deelnemerslijst. En dat terwijl er in de verschillende klassen onder de Formule 1 diverse toptalenten staan te dringen.

Het is een opmerkelijke ontwikkeling. Hoe succesvol de jonge rijders in feite zijn, ze komen er vooralsnog niet in aanmerking voor een contract. Zo lijkt Formule 3000-kampioen Björn Wirdheim inmiddels uit te kijken naar een plek in de CART Series. De Zweed flirtte eerder dit jaar met Jordan, maar die gaf de voorkeur aan de Hongaar Zsolt Baumgartner toen hij een vervanger moest kiezen voor de geblesseerde Ralph Firman. Europees Formule 3-kampioen Ryan Briscoe is inmiddels al twee seizoenen als testcoureur verbonden aan Toyota, maar lijkt de grote stap naar de Formule 1 voorlopig ook nog niet te kunnen maken. Hij ondervindt bij Toyota bovendien concurrentie van Ricardo Zonta, die als testrijder de meeste kilometers voor zijn rekening mag nemen. Andere namen, zoals Sebastien Bourdais (CART), Rodrigo Sperafico (Nissan World Series) en Christijan Albers (DTM) hebben vanuit de Formule 3000 inmiddels al voor andere raceklassen gekozen om hun carrière te vervolgen.

Het zijn niet de minste namen. Bourdais werd in 2002 kampioen in de Formule 3000; Sperafico gold dat jaar als een van de grootste opkomende talenten en Albers was eerder Duits Formule 3-kampioen. Maar desondanks blijkt een goede CV alleen niet voldoende om een plaats te bemachtigen in de Formule 1. Maar waar ligt dit nu precies aan?

De eerste reden zijn de doorlopende contracten die de teams momenteel al hebben. Daardoor is er simpelweg geen plaats. Pas in 2005 loopt een groot aantal contracten af. Tot die tijd blijft alles bij het oude. Toch mag eraan getwijfeld worden of er in 2005 veel ruimte vrij komt voor jong talent. Veel teams zijn tevreden over hun huidige opstelling en in het uiterst competitieve startveld heeft het gros van de coureurs ook bewezen thuis te horen in de Formule 1. Het ligt voor de hand dat juist wanneer contracten zo massaal aflopen als in 2005, teams eerst deze coureurs in overweging zullen nemen.

Het belangrijke verschil met de jonge coureurs ligt uiteraard in de ervaring. En die is anno 2003 vooral in technisch opzicht erg belangrijk. Doordat de auto's technisch niet veel meer voor elkaar onderdoen, moet het verschil gemaakt worden door de afstelling. Om die te bepalen moet een coureur het gedrag van de auto goed onder woorden kunnen brengen en begrijpen wat er moet veranderen om de setup te verbeteren. Hierin onderscheiden de ervaren coureurs zich van de jongelingen. Toyota koos bijvoorbeeld met Olivier Panis bewust voor een ervaren coureur die het team verder kan helpen. Felipe Massa daarentegen had bij Sauber veel moeite om de auto naar zijn hand te zetten.

Met Massa komen we bovendien bij een andere belangrijke trend: de langlopende verbintenissen van teams met jonge coureurs. Die zorgen ervoor dat een team gedurende een lange tijd de exclusieve optie heeft op een coureur. Het betekent echter wel dat de teams ook gedurende een langere periode in een coureur investeren. Massa is het schoolvoorbeeld: hij was na een toch wat teleurstellend debuutseizoen als protégé van Ferrari naar Maranello gehaald om een jaar te testen en mocht vervolgens toch weer race-ervaring op te doen bij Sauber. Eenzelfde situatie werd zichtbaar bij B.A.R. waar Takuma Sato na een jaar van testen promoveerde tot tweede rijder. Renault heeft van alle teams wellicht de grootste aanwas. Het Renault Driver Development Program steunt en stimuleert jong talent gedurende hun carrière in diverse raceklassen. Het betekent echter wel dat er voor de coureurs die geen langlopende verbintenissen hebben, nauwelijks kans maken om het tot de Formule 1 te brengen.

Zij worden ook niet geholpen door de huidige tendens in de Formule 1, die in toenemende mate wordt gekenmerkt door een beperkt aantal grote fabrikanten. Die kiezen vaker voor aansprekende namen om hun marketingdoelstellingen te ondersteunen. Sinds het wegvallen van Arrows en Prost zijn er feitelijk nog maar drie zelfstandige teams over en die moeten in deze economisch slechte tijd alle zeilen bijzetten om te kunnen overleven. Het resultaat is dat zij genoodzaakt zijn om voor coureurs te kiezen die het meeste sponsorgeld mee kunnen brengen. Talent komt in dat geval op de tweede plek. Zelfs een team als Minardi kan daardoor haar reputatie als de springplank voor jong talent niet meer optimaal waarmaken. Met Justin Wilson had het team het afgelopen jaar wel een talent in huis, maar toen die vervolgens naar Jaguar vertrok, moest uit budgettaire overwegingenkiezen voor de coureur die op dat moment het meeste geld meenam: Nicolas Kiesa. Eerder was dit ook al het geval met Alex Yoong, die alleen dankzij de miljoenen vanuit Maleisië zijn ronden mocht rijden.

Daarmee is een tweede probleem aan het licht gekomen. In deze tijd van economische neergang heeft een coureur, evenals de teams, sponsors nodig om te kunnen racen. Dit is niet alleen het geval in de Formule 1. Het is tevens de reden dat veel rijders in lagere klassen hun aspiraties moeten opgeven. Voor het bedrijfsleven heeft sponsoring momenteel de laagste prioriteit en dat heeft van alle sporten wellicht de meeste weerslag gehad op de autosport. Door het uitblijven van financiële steun hebben een aantal teams hun activiteiten moeten staken of moeten beperken tot minder auto's. De Formule 3000 is van alle klassen relatief gezien misschien nog wel het hardst geraakt. In 2003 stonden daar maar zestien auto's op de grid; een paar jaar geleden streden er nog zo'n veertig bolides om een plekje op de grid. De autosport lijkt daarmee in een neerwaartse spiraal terecht te zijn gekomen, waarvan het einde vooralsnog niet in zicht is. Het tekort aan sponsoring verhoogt de drempel voor coureurs om deel te nemen, wat op zichzelf weer tot gevolg heeft dat er minder plaatsen beschikbaar zijn. Alleen de aller besten lijken nog kans te maken om door te stromen.

Het betekent dat een jonge coureur zich in deze tijd meer dan tevoren moet onderscheiden. Niet alleen zal hij op het circuit ondubbelzinnig de aandacht op zich moeten vestigen, daarbij is het ook van belang dat hij profijt weet te trekken uit goede prestaties. Een jonge coureur moet dus een kundige zaakwaarnemer hebben die vakkundig te werk gaat bij de organisatie en de planning van zijn carrière. Contacten spelen hierin een heel belangrijke rol. De racewereld is een zeer klein, maar hecht wereldje dat nog opvallend veel weg heeft van het 'old boys network'. De coureurs en hun managers staan hier evenwel buiten, maar moeten wel maximaal van hun contacten gebruik maken om ertussen te komen. Behalve met de diverse teams zijn contacten in het bedrijfsleven minstens zo belangrijk. Niet voor niets is relatiemarketing het sleutelwoord bij het werven van sponsors. Er is veel geld mee gemoeid en dus zal men ervan overtuigd moeten worden dat een samenwerkingsverband voor beide partijen voordelen heeft. De sponsor zelf zal de connectie met de rijder zeer waarschijnlijk ook zelf aanwenden voor het onderhouden van zijn eigen relaties.

Zoals hierboven al werd geschetst moet het voornaamste doel om voor de coureur zich een positie te verwerven die hem verbindt aan een fabrikant. Dit beperkt hem weliswaar in zijn flexibiliteit, maar dat weegt niet op tegen de voordelen. De fabrikant zal in belangrijke mate instaan voor de investeringen in de carrière van de coureur, wat hem minder afhankelijk maakt van sponsorgelden. Bovendien is het vrijwel zeker dat de coureur met goed materiaal aan de start kan verschijnen, zodat hij kan laten zien wat hij in zijn mars heeft. Als die connectie er dan eenmaal is, zal de coureur keihard voor zijn plek moeten knokken. Er zijn meer gegadigden en het is zeker dat de zwakste schakels aan het einde van het seizoen zullen afvallen.

Mocht het ondanks verwoede pogingen dan toch niet lukken, dan zal een coureur er altijd voor moeten kiezen voor de beste optie op een lager niveau. Het voorbeeld van Christijan Albers in de DTM is hier sprekend. De jonge Nederlander ambieerde een plek in de Formule 1, maar kreeg het sponsortechnisch net niet rond. In plaats daarvan kwam hij in het fabrieksteam van AMG Mercedes, waar hij de sterren van de hemel reed. Voor Albers is het niet ondenkbaar dat hij met steun van Mercedes-Benz alsnog de kans krijgt om de Formule 1 te bereiken. Echter, deze kans zal niet te lang op zich mogen laten wachten, want de coureurs debuteren nu eenmaal op steeds jongere leeftijd.

En daarmee zijn we in feite weer terug op het punt waar we begonnen. De carrièreplanning voor een coureur is mede door die trend een ingewikkelde aangelegenheid geworden. Enerzijds zal hij vanuit zijn ambitie zo snel mogelijk willen doorstoten naar de top, maar daarmee riskeer je veel. Ervaring opdoen, zoals Ryan Briscoe eerder deed voordat hij dit jaar de titel pakte in de Europese Formule 3 is juist op jonge leeftijd belangrijk om het potentieel te benutten. Bovenal is het een leerproces, dat moet worden doorlopen om het gewenste doel te bereiken. Zeker is wel, dat er geen garanties zijn. Zelfs wanneer een coureur zijn zaken goed op orde heeft en goed heeft gepresteerd is hij afhankelijk van de omstandigheden. Voor sommige van hen pakt het goed uit; anderen verdwijnen heel snel uit beeld, zonder dat ze de kans hebben gehad om zich te bewijzen. Het is een harde realiteit, die inherent is aan een sport. Daarin is het talent van alles het meest zichtbaar, maar om succes te hebben, komt er nog veel meer bij kijken.

 

 

Fernando Alonso werd op de Hungaroring de jongste Grand Prix-winnaar ooit.

 

 

Door de dominantie van Michael Schumacher besefte men het belang om jong talent aan te trekken.

 

 

Formule 3000-kampioen Björn Wirdheim flirtte met Jordan, maar lijkt te gaan voor een plek in de CART Series.

 

 

Felipe Massa kreeg als protégé van Ferrari een nieuwe kans om zich te bewijzen.

 

 

Minardi is door het belang van haar sponsorgeld beperkt in haar rijderskeuze.

 

 

De Formule 3000 werd van alle klassen wellicht het hardst getroffen door de recessie.

 

 

Jos Verstappen weet als geen ander hoe belangrijk het is om contacten met teams en sponsors te onderhouden.

 

 

Christijan Albers reed een droomseizoen in de DTM.

 

 

Ryan Briscoe deed eerst twee seizoenen ervaring op, voor hij de Europese F3 won.