www.f1-planet.com - Special: Investeren In De Toekomst

 

INVESTEREN IN DE TOEKOMST

 

       
 

2003 was voor Toyota een heel belangrijk jaar. Het was het tweede seizoen van de Japanse automobielgigant in de Formule1 en daarin moest duidelijk worden of het team daadwerkelijk het potentieel heeft om uit te groeien tot een topteam. Teambaas Ove Andersson wist dat voor hem een zwaar, maar al even cruciaal jaar voor de boeg lag. Nu het seizoen teneinde is, blikt hij terug op een jaar dat zeker niet over rozen ging, maar Toyota wel een stapje dichterbij haar doel bracht.

 

 

 

Toen Toyota aan het einde van 1999 haar plannen bekend maakte om een eigen Formule 1-team te starten, werd het al snel duidelijk dat het Japanse concern voor een geheel eigen benadering had gekozen. Niet alleen koos ze als een van de eerste fabrikanten voor het riskante pad om zowel het chassis als de motor in eigen beheer te ontwikkelen, ze besloot dat bovendien te doen met een belangrijk deel van de mensen waarmee ze eerder actief was in het World Rally Championship en de 24 Uur van Le Mans. Aan het hoofd van het team kwam geen doorgewinterde Formule 1 manager, maar een man die al dertig jaar in dienst van het bedrijf is: Ove Andersson begon zijn loopbaan bij Toyota als rally-coureur en werd na een jarenlange verbintenis met het team halverwege de jaren '90 president van Toyota Motorsport.

Het was een zware missie voor een man die voorheen geen enkele verwantschap had met het Formule 1-wereldje. Als teambaas zou hij het team aan het roer subtiel door de eerste zware stormen heen moeten manoeuvreren. De organisatie vormgeven, het leerproces coördineren en ondertussen ook de Raad van Bestuur tevreden stellen, die harde doelen op tafel had gelegd. Toyota moest zich binnen vijf jaar in de strijd om het wereldkampioenschap kunnen mengen. Daarvoor was een ruim budget beschikbaar, maar de activiteiten in de Formule 1 dienden in de eerste plaats natuurlijk een commercieel doel: wereldwijd de marktpositie verbeteren. De bijdrage van de Formule 1 aan het imago van een merk kan substantieel zijn wanneer er wordt gewonnen, maar al even destructief wanneer het niet loopt.

Er moest dus zo snel mogelijk gepresteerd worden. Het eerste jaar werd een leerjaar. Het was niet reëel om meer te verwachten van een team dat nog geen enkele competitie-ervaring had op het hoogste niveau. Het betekende echter wel dat er in het tweede seizoen een zichtbare stap voorwaarts gemaakt moest worden. Het teammanagement moest aantonen dat Toyota niet de papieren tijger was, die de critici voor ogen hadden. Verrassend genoeg koos men daarbij niet voor continuïteit waar het de rijders betrof. Zowel Mika Salo als Allan McNish werden bedankt voor bewezen diensten, ten faveure van de ervaren Olivier Panis en de debuterend kampioen uit de CART-serie, Cristiano Da Matta.

Vooral de keuze voor Da Matta was daarbij opvallend. De Braziliaan was in de met een Toyota-motor uitgeruste Newman Haas overtuigend kampioen geworden in CART, maar had daarvoor geen overweldigende resultaten neergezet in lagere klassen. Da Matta viel echter in positieve zin op door zijn professionele benadering en gedrevenheid om van zijn ervaringen te leren. Evenals Olivier Panis reed hij een aantal zeer sterke races. Die werden in de eerste seizoenshelft nogal eens gestuit door mechanische problemen, maar gaandeweg werd de betrouwbaarheid beter. De TF103 was een competitieve auto, waarmee de coureurs zich regelmatig konden profileren in de top-10. Uiteindelijk eindigde Toyota met zestien punten op een achtste positie in het constructeurskampioenschap.

Mr. Andersson, met welke gevoelens kijkt u terug op het seizoen 2003? Heeft Toyota haar doelstellingen bereikt?

Andersson: "Mijn gevoel zegt me dat we best tevreden mogen zijn met wat we dit seizoen hebben bereikt, maar mijn ambitie zegt me dat we meer hadden moeten bereiken. Je moet wel bedenken dat we pas aan 33 Grand Prix' hebben deelgenomen, dus we leren nog steeds veel. De achtste plaats in het constructeurskampioenschap is waarschijnlijk waar we zouden moeten zijn in ons tweede seizoen. Als ik het jaar moet samenvatten, zou ik zeggen dat het productief was, succesvol, maar bovenal een jaar van 'character building'".

Wat waren de belangrijkste verschillen tussen het eerste en het tweede seizoen?

Andersson: "Als je terugkijkt - de fouten die we gemaakt hebben even buiten beschouwing gelaten - de ontwikkeling die de auto heeft doorgemaakt is ten opzichte van vorig jaar enorm. Ik denk dat we zo een derde van onze achterstand hebben goed gemaakt ten opzichte van vorig jaar. Maar aan de andere kant, het hele veld zat dichter bij elkaar. Als je kijkt naar de onderlinge verschillen, dan zijn die tussen de teams veel kleiner geworden, dus dat heeft onze positie in het veld wel beïnvloed".

Gedurende het seizoen reden de Toyota's met regelmaat in de punten, maar vielen ze bijna even vaak weer terug door problemen of een wat al te opportunistische strategiekeuze. Ook hierbij moet worden aangemerkt dat het team in de tweede seizoenshelft in beide opzichten sterk verbeterde. Vooral halverwege het seizoen werd de progressie duidelijk zichtbaar. Het team ging beter functioneren en in de wedstrijden konden de coureurs zich, geholpen door de verbeterde betrouwbaarheid steeds beter handhaven.

Wat waren voor u de hoogte- en dieptepunten van het jaar?

Andersson: "Voor mij was een hoogtepunt de resultaten die we behaalden op Hockenheim (waar Toyota als vijfde en zesde finishte, red.), maar de mooiste herinnering van het jaar is wel het feit dat we gedurende zeventien ronden een Toyota aan de leiding hadden op Silverstone. Dat was iets waar ik niet van had durven dromen, ongeacht de omstandigheden waarin dit was bereikt".

Hoewel de rijderskeuze in eerste instantie voor nogal wat vraagtekens zorgden, werd gedurende het seizoen wel duidelijk dat Toyota met de keuze voor Panis en Da Matta een goede keuze had gemaakt. Panis is technisch zeer begaafd en absoluut de man die het team in technisch opzicht op sleeptouw kon nemen. Da Matta daarentegen was onervaren, maar viel op door zijn inzet en is voor Toyota een belangrijke investering in de toekomst. Nu zijn eerste jaar erop zit en hij ieder circuit van de Grand Prix-kalender onder de knie heeft, mag er in 2004 aanmerkelijk meer van hem verwacht worden.

Bent u tevreden over de prestaties van Cristiano Da Matta in zijn debuutjaar?

Andersson: "Jazeker, hij doet het goed. Ik mag Cristiano als persoon. Hij is een zeer gedreven mannetje. Uiteraard moet hij volgend seizoen gaan presteren, maar ik denk dat het vooral Toyota's wens was om hem een kans te geven in de Formule 1, omdat hij de CART-serie voor hen had gewonnen, wat erg belangrijk was. We zullen moeten zien hoe hij zich volgend jaar ontwikkelt".

Zoals gedacht is de keuze voor Da Matta dus ingegeven vanuit Japan. Als regerend CART-kampioen was hij een ideaal visitekaartje voor het merk op Europese bodem en met zijn overgang naar de Formule 1 kreeg het succes van Toyota in CART meer publiciteit. Het is echter wel tekenend voor het feit dat een fabrieksteam anno 2003 niet meer op zichzelf staat, maar zo nu en dan grote inmenging moet toestaan van minder ingewijde personen uit de top van de organisatie. Je kunt je voorstellen dat Andersson persoonlijk wellicht liever Mika Salo zou hebben aangehouden als coureur, omdat met het vertrek van zowel Salo als Allan McNish belangrijke ervaring uit de twee voorgaande ontwikkelingsjaren verloren ging. Dit moest worden opgevangen door Olivier Panis, die in de laatste maanden van 2002 enkele duizenden testkilometers aflegde met de TF102 om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de oude en de nieuwe Toyota.

Bent u tevreden over Olivier Panis' prestaties in 2003?

Andersson: "Ik ben meer dan tevreden met wat Olivier in 2003 voor ons gedaan heeft. Hij is zeer belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de auto en het team in de afgelopen twaalf maanden. Zijn technische capaciteiten zijn bekend. Hij is er goed in problemen snel te identificeren, maar nog belangrijker is dat hij ook met oplossingen komt. Ik geloof niet dat wij Olivier noch Cristiano een auto hebben gegeven die recht doet aan hun talent, maar dat is iets dat we hopen recht te zetten in 2004. Ik bewonder Olivier om zijn betrokkenheid en toewijding aan Toyota en samen met Cristiano is hij een echte motivatiefactor geweest voor het team op de baan en in Keulen".

Is de samenwerking tussen Panis en Da Matta altijd goed verlopen?

Andersson: "Naar mijn mening hebben Olivier en Cristiano altijd goed samengewerkt en ze zijn een enorme aanwinst voor Panasonic Toyota Racing. Ze verschillen qua personality en stijl, maar de combinatie is succesvol. Ik heb nooit getwijfeld aan hun talent, maar op sommige punten hebben ze mijn verwachtingen zelfs overtroffen, maar als we als team in de positie waren geweest om ze betere middelen te geven, zouden we nog betere resultaten hebben geboekt".

Waarvan was u zo onder de indruk?

Andersson: "Om eerlijk te zijn, waren er een paar races die indruk op me maakten. Ik denk dat de kwalificatieronde van Cristiano in Monaco zeer uitzonderlijk was gezien de eisen die het circuit stelt en het feit dat hij er voor de eerste keer reed. En Olivier was acht tienden sneller dan iedereen in een van de sessies in Hongarije. Van de races was Hockenheim fantastisch en de kwalificatieronden in Suzuka waren van beide coureurs indrukwekkend".

Met het seizoen 2003 achter de rug staat de volgende uitdaging alweer voor de deur. In 2004 zal Toyota nog nadrukkelijker moeten profiteren van de investeringen die ze in de afgelopen jaren heeft gedaan. Zeker is, dat zowel Panis als Da Matta zullen aanblijven en daarmee kan het team voortbouwen op de progressie die ze in het afgelopen seizoen heeft geboekt. Een belangrijke opsteker is de komst van Mike Gascoyne die tot voorkort Technisch Directeur was bij Renault. Gascoyne staat aangeschreven als een van de grootste ontwerp- en organisatietalenten die de Formule 1 in de afgelopen jaren heeft voortgebracht en zou wel eens een heel belangrijke schakel kunnen worden in de toekomst van het Japans-Duitse team.

Vooralsnog echter, zal op korte termijn het succes van de TF104 van belang zijn. Deze is nog onder gezag van Keizo Takahisi en ontwerper Gustav Brunner ontwikkeld en zal naar verwachting in december haar eerste testkilometers gaan maken.

Hoe is het gesteld met de planning voor de wintermaanden en de vordering van het ontwikkelingsproces van de TF104?

Andersson: "We zullen een soortgelijk programma afwerken als we in 2002 deden. We zullen beginnen met het testen van een tussenversie, de TF103B vanaf eind november. Dit is in essentie de TF103 uitgerust met de nieuwe motor en de nieuwe versnellingsbak. Door de herziening van de technische reglementen voor 2004, die impliceert dat een motor een geheel raceweekend moet doorstaan, zal onze focus liggen op de betrouwbaarheid van de motor en 'driveability'. We zullen ons ook richten op tests, waarbij ieder aspect van de auto - van aërodynamica tot de banden tot de mechanica - zal worden geëvalueerd om in de best mogelijke vorm aan de start te verschijnen in Australië".

Het is duidelijk dat Toyota, ondanks de bedenkingen vooraf, zeker niet over een nacht ijs is gegaan en heel gericht aanstuurt op verbeteringen, zowel op organisatorisch als op technisch niveau. Ove Andersson heeft met zijn team een behoorlijke prestatiecurve getrokken, maar beseft dat de belangrijkste fase nu pas is ingezet: de fase waarin Toyota moet groeien en de ervaringen moet omzetten in concrete progressie. Het is een traject dat het team op eigen kracht zal moeten doorlopen. De investeringen in de toekomst vormen daarbij een belangrijk hulpmiddel.

 

 

Teambaas Ove Andersson kreeg de zware taak Toyota in de Formule 1 tot een succes te maken.

 

 

Na het leerjaar 2002 was het belangrijk dat er in 2003 een zichtbare stap voorwaarts werd gemaakt.

 

 

Cristiano Da Matta kwam naar Toyota als regerend CART-kampioen.

 

 

2003: "bovenal een jaar van character building'.

 

 

Te vaak moest een Toyota in de eerste seizoenshelft naar de kant met mechanische problemen.'

 

 

Op Silverstone lag Toyota gedurende 17 ronden aan de leiding van een Grand Prix.

 

 

Cristiano Da Matta presteerde regelmatig en viel op door z'n professionaliteit en gedrevenheid.

 

 

"Olivier is zeer belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de auto en het team in de afgelopen twaalf maanden."

 

 

De ervaring die Da Matta opdeed in zijn debuutseizoen zal ongetwijfeld van pas komen in 2004.

 

 

Het potentieel van de TF104 zal bepalen hoe het Toyota in 2004 zal vergaan.