www.f1-planet.com - Special: Uit De Schaduw

 

UIT DE SCHADUW

 

       
 

Als er iets duidelijk wordt uit de loopbaan van Allan McNish, dan is het wel dat het nooit te laat is om je doel te bereiken. Door geduld en een ijzersterk doorzettingsvermogen debuteerde hij in 2002 op 32-jarige leeftijd alsnog in de Formule 1. In het afgelopen jaar was hij testcoureur bij Renault, maar McNish is nog niet klaar met de Formule 1 en is erop gebrand om in 2004 uit de schaduw te treden.

Allan McNish in een exclusief interview met F1-Planet.com's Stefan Zwinkels over 2003, Renault, zijn ambities en de toekomst.

 

 

 

Het komt tegenwoordig niet veel meer voor dat coureurs op 32-jarige leeftijd nog de kans krijgen om te debuteren in de Formule 1. Vooral sinds halverwege de jaren '90 de tendens sterk is om coureurs op steeds jongere leeftijd op het hoogste niveau te laten debuteren, is het aantal coureurs dat rond de leeftijd van dertig debuteerde zeer gering. Allan McNish vormde op deze regel een uitzondering. De loopbaan van McNish is dan ook aanmerkelijk anders gelopen dan bij de meeste andere coureurs. Op 33-jarige leeftijd heeft hij inmiddels al een heel autosportleven achter de rug, dat hem via de Formule 3 en de Formule 3000 langs het Noord-Amerikaanse GT-kampioenschap, de 24 Uur van Le Mans en de American Le Mans Series voerde. In ieder van deze series heeft McNish opvallende successen geboekt. Het leek er echter op dat de Formule 1 zijn naam over het hoofd had gezien. Verder dan de rol van testcoureur - eerst bij McLaren van 1991 tot 1993 en vervolgens bij Benetton van 1994 tot '96 - kwam hij echter niet.

Bijna had hij zich erbij neergelegd dat de koningsklasse er voor hem niet meer in zou zitten, toen Toyota aan het einde van 1999 haar plannen ontvouwde voor een eigen Formule 1-team. McNish, op dat moment rijder voor Toyota's team bij de 24 Uur van Le Mans, werd benaderd om met zijn ervaring het team door de eerste fasen van het ontwikkelingstraject te loodsen. Iets waar de Schot niet lang over hoefde na te denken. Zijn sterke feedback en teamwork gaven voor het team de doorslag toen zij de keuze moest bepalen voor haar rijders in het seizoen 2002: Allan zou eindelijk zijn niet meer verwachte debuut maken.

Maar hoewel het Toyota-avontuur in 2002 niet werd wat hij ervan had verwacht, heeft Allan McNish inmiddels een goede naam gevestigd in de Formule 1. Dat laatste is vooral toe te schrijven aan het werk dat hij in het afgelopen seizoen heeft verricht als testcoureur bij Renault. In de schaduw van Jarno Trulli en Fernando Alonso maakte hij duizenden testkilometers om het Frans-Engelse team verder naar voren te helpen. 

Allan, gedurende het seizoen 2003 was je de derde coureur in het team van Renault F1, waarbij je veelvuldig hebt getest op de vrijdagochtenden voorafgaand aan de Grand Prix'. Waar lag voor jou de belangrijkste focus gedurende die twee uur durende sessies?

Allan: "De focus verschilde van race tot race. De ontwikkeling van een auto is een continu proces gedurende het seizoen en zelfs het kleinste oneffenheidje in een bepaald deel van de auto kan veel andere elementen van de auto beïnvloeden. Het doel van de vrijdag tests was een zo goed mogelijke set-up te vinden voor de auto die geschikt is voor de baan- en weersomstandigheden."

Het was heel opvallend dat uitgerekend Renault koos voor de optie van vrijdagtests. Was het achteraf de juiste beslissing?

Allan: "Absoluut. Ik denk dat Renault van alle vier de teams het meest heeft geprofiteerd van de vrijdag tests volgens het Heathrow Verdrag. De vrijdagtests gaven ons waardevolle extra tijd op het circuit, waardoor we de setup van de auto konden maximaliseren voor die specifieke baan. Het mag duidelijk zijn dat het enorme voordelen heeft als je kunt testen op een baan waar je later op zult racen en ik denk dat het een groot aandeel heeft gehad in Renault's resultaten over het gehele seizoen."

En dat Renault het in 2003 goed gedaan heeft, is een ding dat vast staat. Gedurende het seizoen maakte het team heel duidelijke progressie en bleek het regelmatig in staat de traditionele topteam, Ferrari, Williams en McLaren te bedreigen. Uiteindelijk werden de doelstellingen ruimschoots gehaald: de vierde plaats in het kampioenschap, 88 punten, vijf podiumfinishes, twee pole positions en zelfs een niet verwachte overwinning van Fernando Alonso in Hongarije. 

Dat alles was vooral toe te schrijven aan het uiterst sterke concept van de Renault R23, die vooral in aërodynamisch opzicht een aantal bijzondere innovaties in zich had. Daarbij vormde de Renault als geen ander een ijzersterke combinatie met de Michelinbanden. In de juiste gegeven omstandigheden, zoals in Maleisië en Hongarije, overtrof de auto alle verwachtingen. 

Was er als testcoureur een duidelijke evolutie waar te nemen in de ontwikkeling van de R23?

Allan: "Ja, de auto heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt gedurende het seizoen, dat overigens een geweldige uitdaging vormde omdat het team maar twintig testdagen tot haar beschikking had. We hebben de balans van de auto verbeterd en hebben wat onderstuur kunnen reduceren. We hebben met de komst van het nieuwe aërodynamica pakket belangrijk gewonnen halverwege het seizoen en de jongens van de motoren hebben zich op hun gebied ook belangrijk verbeterd."

Ja, de motor. Dat was toch een van de zwakkere punten. Vooral aan het begin van het seizoen kwam Renault belangrijk motorisch vermogen tekort. In hoeverre heeft het team zich hierin verbeterd en was het naar jouw idee voldoende?

Allan: "We hadden voorafgaand aan Melbourne wat betrouwbaarheidsproblemen en het team heeft keihard gewerkt om dat op te lossen; pas daarna konden ze verbeteringen doorvoeren ten aanzien van het vermogen en de versnellingen. Ik denk dat de jongens van de motoren zich sterk hebben hersteld en trots mogen zijn op het werk dat ze hebben afgeleverd, maar als je een coureur vraagt 'Is het genoeg?', dan krijg je altijd hetzelfde antwoord!"

Had je verwacht dat het team zo competitief zou zijn, toen je aan het seizoen begon?

Allan: "Al heel vroeg wist ik dat Renault het potentieel had om het goed te doen dit seizoen - en dat hebben ze zeker gedaan! Het is een heel professioneel team en iedereen was 101% gefocust om het te laten slagen. Het team heft een aantal geweldige resultaten geboekt dit seizoen en heeft de vierde plaats in het constructeurskampioenschap verdiend. Ze hebben bewezen dat er rekening met ze gehouden moet worden in de Formule 1 en ik weet zeker dat ze sterker en sterker zullen worden."

Het zal veel mensen onopgemerkt zijn gebleven dat je al eerder in je carrière voor dit team hebt gereden, tussen 1993 en '96 toen het team nog Benetton heette. Was het daardoor gemakkelijker om in het team te integreren?

Allan: "Het is duidelijk dat er sinds mijn tijd bij Benetton veel nieuwe gezichten bij zijn gekomen, acht jaar is een lange tijd voor mensen om bij een team te blijven, maar veel waren er nog steeds en ik denk dat dat een van de vele sterke punten van het team is. Maar: ja inderdaad, ik denk dat het gemakkelijker was om 'terug te keren' om het zo te zeggen en ik voelde me al heel snel een integraal onderdeel van het team."

Sindsdien is er veel veranderd. Het team is compleet omgevormd, geherstructureerd en uitgebreid. Maar wat waren nu precies de eerste dingen die je opvielen toen je aan het einde van 2002 bij het team kwam?

Allan: "Een van de eerste dingen die me opvielen, was dat het team veel sterker is geworden en dat alle neuzen dezelfde kant op staan, wat een goede weerspiegeling is van het team - vooral van het management. Je hebt een gevoel van eenheid en een gezamenlijke richting nodig als je competitief wilt worden."

Gedurende het afgelopen jaar zijn er tal van reglementswijzigingen geweest die de Formule 1 uiterlijk enorm hebben veranderd. Een aantal daarvan waren overduidelijk in het voordeel voor coureurs als Allan McNish. Renault koos met opzet voor een ervaren rijder die op vrijdag in de korte tijd die er in de testsessie beschikbaar is spijkers met koppen kon slaan. Voor 2004 staan er echter een aantal reglementswijzigingen op stapel die minder in zijn voordeel spreken. De vrijdagtests verdwijnen alweer en daarvoor in de plaats wordt de vrijdag een complete testdag die alle teams naar eigen inzicht mogen benutten. Op zaterdag zal de kwalificatie niet over één maar over twee ronden gaan.

Wat vindt je van de beslissing om de procedures voor het weekend aan te passen?

Allan: "Ik ben voor de beslissingen Ik denk alleen dat een paar kleine aanpassingen aan het test format wel zouden werken."

Maar er is ook afgesproken dat de teams buiten de top-4 geen coureurs als derde rijder mogen inzetten die meer dan zes Grand Prix' hebben verreden in de afgelopen twee jaar. Dat beperkt jouw mogelijkheden...

Allan: "Ik heb me sowieso altijd gericht op een racestoeltje dus op dit moment ga ik me daar echt niet te veel zorgen over maken!"

Je bent altijd heel erg enthousiast over de Formule 1, maar ik kan me voorstellen dat er toch dingen zijn die je liever anders zou zien. Als jij regelveranderingen mocht doorvoeren, welke zouden dat dan zijn?

Allan: "Ik denk dat ik het mogelijk zou maken voor teams om chassis' aan andere teams te verkopen, wat er absoluut voor zou zorgen dat de teams onderaan de grid veel competitiever zouden zijn. Ik zou ook de slicks weer herintroduceren."

Behalve tijdens de Grand Prix van Frankrijk, waar zijn taak werd overgenomen door Franck Montagny, was Allan bij alle Grand Prix' in 2003 aanwezig voor Renault. In al die races was hij op vrijdagochtend actief in de testsessie die Renault uitvoerde met drie auto's. 

Maar hoe zag je weekend eruit nadat de vrijdagochtendsessie was afgelopen?

Allan: "Ik kon in ieder geval niet relaxen, dat is een ding dat zeker is! Als er iets zou gebeuren met Jarno of Fernando, zou ik moeten racen en daarom moest ik alle briefings bijwonen en over de radio meeluisteren naar alle sessies. Ik moest het exact zo benaderen alsof ik zou racen. Mijn rol betekende ook dat ik aan PR en sponsoractiviteiten moest deelnemen en ieder weekend een paar interviews moest geven. Daarbij sprak ik natuurlijk ook met RTL 5!"

Inderdaad, iedere race deed je het item 'Voorspellen met Allan' voor ons Nederlandse station RTL 5. Iets dat je overigens met veel enthousiasme deed. Zou het je wat lijken om na het beëindigen van je racecarrière een baan bij de media aan te nemen, zoals eerder Martin Brundle en Mark Blundell deden?

Allan: "Nou, het zal in Nederland waarschijnlijk niet te zien zijn geweest, maar gedurende het seizoen heb ik voor ITV een aantal interviews gedaan over uiteenlopende onderwerpen. Voor de Canadese Grand Prix was ik in de studio zelfs invaller voor Mark Blundell, die zelf racete op Le Mans en dat was een hele ervaring! Dus ja, als mijn racedagen erop zitten ben ik absoluut geïnteresseerd om iets in de media te gaan doen."

Maar hoewel McNish een grote rol van betekenis heeft gehad binnen Renault, is zijn functie voor het seizoen 2004 vergeven aan de Fransman Franck Montagny. Daardoor staat McNish bij het aanvangen van het wintertestseizoen opnieuw met lege handen. Desondanks blijft hij, zoals altijd, optimistisch.

Tot slot, wat zijn je plannen voor 2004? Ben je ervan overtuigd dat je volgend jaar weer terug zult zijn in de Formule 1?

Allan: "Op dit moment werk ik nog steeds aan het veroveren van een racestoeltje, hoewel er maar een beperkt aantal over zijn op dit moment en de omstandigheden moeten wel mee zitten. Maar er zijn nog andere opties dus ik sluit helemaal niets uit op dit moment. Jullie zullen het moeten afwachten!"

 

 

Allan McNish: na een jaar als testcoureur bij Renault gebrand op een terugkeer in de F1.

 

 

Bij Toyota kreeg hij in 2002 op 32-jarige leeftijd alsnog de kans te debuteren in de F1.

 

 

"De focus verschilde van race tot race. Het doel was een zo goed mogelijke set-up te vinden voor de auto."

 

 

De Renault R23 was vooral in aërodynamisch opzicht een zeer sterke auto.

 

 

"De auto heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt gedurende het seizoen."

 

 

"Ik wist dat Renault het potentieel had om het goed te doen. Ik weet zeker dat ze sterker en sterker zullen worden."

 

 

McNish komst bij Renault was eigenlijk een terugkeer: in 1994 was hij testrijder toen het team nog Benetton heette.

 

 

Renault koos met McNish bewust voor een ervaren rijder die op vrijdag het maximale uit de testtijd kon halen.

 

 

"Ik kon in ieder geval niet relaxen. Ik moest het weekend exact zo benaderen alsof ik zou racen."

 

 

McNish moest na het seizoen 2003 vertrekken bij Renault. Zijn toekomst is vooralsnog onzeker.

.