www.f1-planet.com - Special: Eddie Irvine: 10 Fast Shots on F1 Glory
 
Bijlage: De carrière van Eddie Irvine
 
Twee weken geleden maakte Eddie Irvine het einde van zijn carrière bekend. Na zijn ontslag bij Jaguar waren onderhandelingen met Jordan op niets uitgelopen. Daarmee is een einde gekomen aan de loopbaan van de flamboyante Noord-Ier die zelden een blad voor de mond neemt.

In de tien jaar die zijn Formule 1-loopbaan bestrijkt, kwam maakte hij niet alleen naast de baan indruk. Hoewel slechts weinigen het hem hadden toegedicht kwam Irvine ijzig dichtbij het ultieme doel in de sport. Een terugblik.

 
   
   
   
   
   
     
 
Het is oktober 1993 als Eddie Irvine op het circuit van Suzuka debuteert in de Formule 1 voor het team van Jordan. Vanwege zijn ervaring op deze baan als coureur in het Japanse Formule Nippon- kampioenschap had Eddie Jordan hem geselecteerd voor de race in Japan. Het zou een legendarisch debuut worden.

Hij kwalificeerde zich fenomenaal als achtste en zou in de race al snel oprukken tot de vierde positie. De Jordan Hart had tot op dat moment slechts twee punten gescoord en dus keek men verbaasd op toen de debutant Irvine zich opwerkte tot een vijfde plaats. Die verbazing werd nog groter toen hij zich ontdeed van een ronde achterstand door het passeren van leider Ayrton Senna. Dit tot grote ergernis van de Braziliaan, die hem na afloop een klap in het gezicht zou geven voor de in zijn ogen provocerende actie.

De Formule 1 had kennis gemaakt met Eddie Irvine: een jonge Noord-Ier met een vlotte babbel, die maling heeft aan heilige huisjes, maar bovenal bloedsnel is. Met de zesde plaats in zijn debuutrace kreeg hij alle lof van teambaas Eddie Jordan en had hij zich een positie in het team verworven voor 1994. 

  Ook in 1994 kon Irvine niet buiten discussie blijven. In de eerste race van het jaar was hij betrokken bij de zware crash van Jos Verstappen en Martin Brundle. De sportcommissarissen zagen in Irvine de aanstichter. Hij kreeg een schorsing van drie races, die hij moest uitzitten gedurende de Grand Prix' van de Pacific, San Marino en Monaco.

Irvine maakte zich ook niet geliefd bij zijn collega's. Het Senna-incident zette de verhoudingen op scherp. Zijn kritiek in de pers en zijn vaak roekeloze weggedrag werden hem bovendien niet in dank afgenomen. Vooral teamgenoot Rubens Barrichello moest het regelmatig ontgelden. Daardoor liepen de gemoederen intern bij Jordan vaak hoog op. 

Ondanks alle controverse behield Eddie Jordan het vertrouwen in Irvine, die met sterke races in Jerez en Suzuka in de laatste races nog de nodige punten veiligstelde, waardoor het team de vijfde plaats in het constructeurs- kampioenschap kon veiligstellen.

Eddie eindigde met een totaal van zes punten op de zestiende plaats bij de coureurs.

     
Driver skills:  7,5   Driver skills:  5
Car Potential: 4   Car Potential: 5,5
     
 
Voor 1995 had Jordan de beschikking over Peugeot-motoren. Het team had daarmee voor het eerst de steun van een fabrikant. Eddie kon zich met de aanmerkelijk krachtigere Jordan Peugeot vaak tussen de topteams kwalificeren. 

In de races hadden de Jordans het aanmerkelijk moeilijker. De Jordan 195 kwam vooral downforce aan de achterkant tekort, waardoor de coureurs het in duels vaak moeten afleggen. Desondanks eindigde Irvine regelmatig in de punten. In Canada stond hij voor het eerst in zijn F1-carrière op het podium. Hij finishte daar als derde achter Jean Alesi, die zijn roemruchte, enige Grand Prix- overwinning behaalde.

In België hield de Formule 1 even de adem in, toen er voor het tweede achtereenvolgende jaar een grote pitbrand woedde. De Jordan van Irvine vatte vlam tijdens het bijtanken. De brand werd snel geblust en Eddie kwam er ongedeerd vanaf. 

Met een totaal van 10 punten finishte Irvine als twaalfde in het kampioenschap.

  Van iedereen die het nieuws vernam, was Irvine misschien wel het meest verrast, toen hij aan het einde van 1995 te horen kreeg dat zijn contract bij Jordan was afgekocht door Ferrari. Irvine werd in 1996 de teamgenoot van Michael Schumacher bij de Scuderia. Het betekende echter wel dat hij nadrukkelijk in dienst van de Duitser moest rijden. 

Vreemd genoeg zou zijn overstap naar het team lang niet zo succesvol verlopen als verwacht. Tijdens zijn debuut voor Ferrari stuntte Eddie door zich voor Michael Schumacher te kwalificeren en bovendien in zijn eerste race naar het podium te rijden. Maar daarna kreeg hij te maken met een aaneenschakeling van uitvalbeurten. Ferrari kende veel problemen met het nieuwe V10-concept, waardoor de betrouwbaarheid ernstig te wensen overliet. In maarliefst tien van de zestien races kwam Irvine voortijdig langs de kant te staan. 

Twee vijfde plaatsen - in Argentinië en Portugal - en een vierde in San Marino zijn na Australië de enige wapenfeiten. De tiende plaats in het kampioenschap met 11 punten is dan ook een teleurstelling. 

     
Driver skills:  7   Driver skills:  6
Car Potential: 6   Car Potential: 4
     
 
In 1997 ging het aanmerkelijk beter. De F310B van de hand van John Barnard was een aanmerkelijk beter concept dan zijn voorganger en met de 046-specificatie krachtbron had men een krachtige en betrouwbare motor. Eddie kwam in de kwalificatie nogal eens tekort, maar kon in de races het tempo van Schumacher en de Williams' goed volgen. Zijn races werden constanter, wat zich vertaalde in podiumfinishes. 

In Argentinië was hij dichtbij een eerste overwinning. Hij legde leider Jacques Villeneuve het vuur aan de schenen op de hobbelige baan in Buenos Aires, maar moest in de laatste ronden genoegen nemen met de tweede plaats. Sterke races volgden in Monaco en Frankrijk. In Japan hielp hij Michael Schumacher met een tactische zet aan de zege, die daardoor tot aan de laatste race om de titel kon strijden.

Dat alles was uitgedacht door Ferrari's nieuwe Technisch Directeur, Ross Brawn. De titel bleef door de beruchte actie van Schumacher in Jerez uit, maar duidelijk was dat Ferrari met het tactisch vernuft van Brawn en de komst van topontwerper Rory Byrne onmiskenbaar de weg naar de top had ingeslagen. 

  Toch zou die weg langer zijn dan gedacht. In 1998 delfde Ferrari in de eerste races het onderspit tegen McLaren Mercedes, dat het op Bridgestone-banden verrassend goed deed. De Ferrari F300 stelde Irvine in staat zich dichterbij Michael Schumacher te kwalificeren. De betrouwbaarheid van Ferrari was opnieuw indrukwekkend, waardoor het kampioenschap toch ongekend spannend werd. 

Eddie reed opnieuw een aantal sterke races en kon zijn kopman daardoor vaker van dienst zijn. Hij finishte met vaste regelmaat op het podium en snoerde daarmee de critici die dachten dat hij voor 1998 zou worden vervangen de mond.

Zijn populariteit bij de tifosi was toegenomen. Hij had loyaliteit getoond aan Ferrari en Schumacher, maar droeg tegelijkertijd het hart op de tong. Irvine zei waar het op stond en dat was tevens koren op de molen van de paparazzi. 

Hoewel het team opnieuw nipt naast beide titels greep, kon met tevredenheid worden teruggeblikt op een jaar, dat velen zagen als de opmaat voor het grote succes. Irvine stelde voor zichzelf een nieuw, eenjarig contract veilig met de vierde positie in het kampioenschap. 

     
Driver skills:  6,5    Driver skills:  8
Car Potential: 7,5    Car Potential: 8
     
 
Voor 1999 verwachtte men met de F399 alle ingrediënten in huis te hebben om twintig jaar na de laatste Ferrari-titel het wereldkampioenschap te kunnen behalen. Het team kon in de trainingen van de Grand Prix van Australië meteen de toon zetten. Michael Schumacher liet vanaf pole echter zijn motor afslaan en de beide McLarens kregen al na enkele ronden mechanische problemen. Eddie kwam daardoor aan de leiding van de wedstrijd en...zou die niet meer uit handen geven. Na 82 wedstrijden was zijn allereerste overwinning een feit.

Ferrari leek, met zeges van Schumacher in Imola en Monaco, werkelijk voor de titel te kunnen gaan. Die aspiraties liepen echter een flinke deuk op toen de Duitser in Silverstone bij een crash een dubbele beenbreuk opliep. Van het ene op het andere moment werd Irvine daardoor de nummer 1 van het team. Hij zou die kans met beide handen aangrijpen, want al in de daarop volgende race in Oostenrijk werkte hij de Ferrari via een uitgekiende strategie voorbij David Coulthard om de race vervolgens op zijn naam te brengen. 

Dankzij teamwork van Schumachers vervanger Mika Salo won 'Irv' een race later ook de Grand Prix van Duitsland. Prompt was hij daardoor aan de leiding gekomen van het kampioenschap. Ondanks een aantal zwakke races kwam Mika Hakkinen echter sterk terug in de slotfase van het kampioenschap. Michael Schumacher hielp Irvine bij zijn terugkeer aan de winst in de Grand Prix van Maleisië. 

In Japan, uitgerekend zijn favoriete circuit, kwam Eddie echter tekort op Hakkinen die dat weekend echt een klasse apart was en zijn tweede wereldtitel behaalde. Ferrari won desondanks wel voor het eerst sinds 1983 het constructeurs kampioenschap. Voor Eddie was Japan tevens zijn laatste race voor de Scuderia. Hij zou in 2000 vertrekken naar Jaguar. 

  Ford had in de loop van 1999 het team van Stewart Grand Prix opgekocht. De Amerikaanse autofabrikant had grootse plannen met het team, dat omgedoopt zou worden tot Jaguar. Nog onder de vlag van Stewart had het team in '99 aanzienlijke progressie geboekt. Rubens Barrichello, Irvines vervanger bij Ferrari, had podiumplaatsen behaald en op de Nürburgring was Johnny Herbert de verrassende winnaar geworden. 

Voor Irvine, die niet langer de nummer 2-status bij Ferrari wilde accepteren, was de keuze snel gemaakt toen Ford hem een contract van $12 miljoen per jaar aanbood. Hij kwam daarmee echter wel terecht in een team dat op dat moment een volledige herstructurering onderging. De Jaguar R1 was bovendien geen onverdeeld succes. Vooral de Cosworth-motor was in 2000 het zorgenkindje van het team. In de trainingen kon Irvine zich regelmatig in de top-10 kwalificeren, maar in de races kwam de auto tekort. De R1 had met volle tanks veel onderstuur.

Alleen in Monaco, dat in alle opzichten verschilt van de normale circuits, kon Irvine enigszins omgaan met de handicaps van de Jaguar. Hij behaalde er met een vierde plaats de eerste punten voor het team. Alleen in de laatste race in Maleisië zou hij er nog één aan het totaal toevoegen. 

Met slechts een totaal van vier punten leken de glorietijden van 1999 alweer lang geleden. Terwijl Michael Schumacher de kroon op het werk bij Ferrari zette, eindigde Eddie voor Jaguar op een dertiende plaats in het kampioenschap.  

     
Driver skills:  9    Driver skills:  7
Car Potential: 9    Car Potential: 6
     
 
Na het teleurstellende debuutseizoen stelde Ford CART-veteraan Bobby Rahal aan om orde op zaken te stellen bij Jaguar Racing. Niki Lauda werd bovendien aangetrokken om een betere synergie te creëren tussen de verschillende race-divisies. 

De Jaguar R2 bleek echter in de basis te conservatief en kwam aërodynamisch tekort om de coureurs in snelle bochten van voldoende grip te voorzien. In tegenstelling tot 2000 verliepen nu ook de kwalificaties moeizaam. De auto kwam daarnaast ook tekort op het gebied van de betrouwbaarheid: Irvine haalde in 2001 slechts een betrouwbaarheids- percentage van 50%. Hij kwam daarmee opnieuw tekort om regelmatig om de punten te strijden.

Monaco vormde opnieuw een uitzondering. In het prinsdom reed de Noord-Ier opnieuw een ijzersterke race. Hij bleef op de been, waar vele anderen de vangrails in vlogen. Hij behaalde zo de eerste podiumplaats van Jaguar in haar F1-geschiedenis. 

Het bleef echter bij dat ene succes. Binnen het team was de spanning om te snijden. Er was een machtsstrijd gaande tussen Lauda en Rahal. Ook voor Irvine hing hier veel vanaf, want Rahal zag hem het liefst naar Jordan vertrekken. Toen Lauda de strijd in zijn voordeel had beslecht, had Jaguar al te veel tijd verloren om van 2001 nog een succes te maken. Een vijfde plaats in Indianapolis was in de tweede seizoenshelft het enige wapenfeit. Met zes punten eindigde Eddie als twaalfde in het kampioenschap.

  In 2002 had men bij Jaguar de hoop gevestigd op de R3, maar die bleek een aantal hardnekkige ontwerpfouten te bevatten. Ontwerper Steve Nichols moest hierdoor nog voor de eerste race het veld ruimen, maar het team zou hierdoor gedurende het hele seizoen achter de feiten aan lopen. Het pakket van de R3 is zo slecht, dat die door Irvine en zijn teamgenoot Pedro De la Rosa wordt vergeleken met een winkelwagentje.

Beiden zijn in de eerste helft van 2002 voornamelijk op de laatste twee startrijen te vinden. De nieuwe Cosworth V10 komt in de R3 duidelijk niet tot zijn recht. Pas als in Hongarije de tweede herziening van de R3 wordt geïntroduceerd, kon de weg naar voren worden ingezet. Dankzij onder anderen een nieuwe bodemplaat kon Eddie imponeren in de Belgische Ardennen. Gestart vanaf de achtste positie werd hij na een sterke race als zesde afgevlagd. 

Een race later was Jaguar de grote verrassing van het weekend. Uitgerekend in Monza, schittert  Irvine nog eenmaal, uitgerekend voor de fans vanuit zijn Ferrari-tijd werkte hij zich in een fenomenale wedstrijd op tot de derde plaats achter de beide Ferrari's en mocht met zijn oud-teamgenoten Michael Schumacher en Rubens Barrichello voor duizenden uitzinnige fans het podium beklimmen.

Het zou voor het laatst zijn. Eddies contract bij Jaguar zou niet worden verlengd en onderhandelingen met Jordan liepen op niets uit. Hij besloot een punt te zetten achter de hectiek van tien jaar Formule 1. De altijd uitgesproken Irvine kiest daarmee opvallend voor een stil afscheid van het hoogste platform in de sport... 

     
Driver skills:  5,5    Driver skills:  7
Car Potential: 5    Car Potential: 5