www.f1-planet.com - Special: De Weg Naar Boven

 

DE WEG NAAR BOVEN

 

       
 

Jarno Trulli stond op eerste startrij in Maleisië, maar moest vervolgens aan een inhaalslag beginnen, toen hij door Michael Schumacher in de rondte werd getikt. Het is tekenend voor zijn carrière tot dusver. Het potentieel is er, maar de Italiaan, die in Imola zijn honderdste Grand Prix reed, werd tot op heden steeds gestuit door pech.

Desondanks bleef hij altijd optimistisch. Nu Renault er beter voorstaat dan ooit laat hij alle tegenslagen van de afgelopen jaren achter zich. De weg naar boven is ingeslagen.

 

 

 

Jarno, het was nogal een veelbewogen start van je seizoen. Hoe kijk je terug op de eerste drie wedstrijden?

Jarno: Met nogal gemengde gevoelens eigenlijk. In Melbourne was ik blij met het resultaat. We hadden daar problemen met de banden, maar de strategie werkte erg goed. In Maleisië stonden we er heel goed voor, maar werd mijn race verpest doordat Schumacher me van de baan duwde. Daarna deed ik erg m'n best om terug te komen en was ik blij dat ik vier punten scoorde. Brazilië was echt een nachtmerrie. Nu toucheerde ik Ralf Schumacher, waardoor ik spinde en veel plaatsen verloor. Ik probeerde me daarna terug te knokken, maar de safety car voorkwam dat. Uiteindelijk werd de race vlak na mijn tweede pitstop afgevlagd!

In Maleisië stond je samen met Alonso op de eerste startrij. Dat moet een fantastisch gevoel zijn geweest...

Jarno: Ja, het was geweldig. Vooral omdat iedereen dacht dat we heel licht van start waren gegaan. De auto was erg goed en het voelde geweldig om voor de topteams te staan. Het betekent dat we de goede weg zijn ingeslagen. We worden iedere dag beter en dat zal uiteindelijk worden beloond met goede resultaten. 

Wat is het belangrijkste verschil met vorig jaar?

Jarno: De auto is veel beter. Het team is ook beter op elkaar ingespeeld. Zelf voel ik me er een stuk beter bij. Vorig jaar was mijn eerste jaar bij Renault en was alles nieuw. Nu ken ik de engineers beter en begrijp ik meer van de auto. Dat geeft veel vertrouwen en daardoor kun je gemakkelijker op de limiet rijden. 

Wat zijn de belangrijkste verbeteringen van de R23, vergeleken met de R202?

Jarno: Zowel aërodynamisch als mechanisch is de auto veel beter. Hij is mechanisch betrouwbaarder en de motor heeft een lager zwaartepunt. Dat zorgt voor een beter tractie. Hij is vooral beter bestuurbaar en beter uitgebalanceerd dan de auto van vorig jaar. In de races is het gedrag van de auto meer voorspelbaar en constant. 

Er gaan geruchten dat Renault minder motorisch vermogen heeft dan de concurrentie?

Jarno: Er wordt hard gewerkt om het vermogen op peil te krijgen en de eerste resultaten daarvan heb je gezien in Maleisië. We weten dat er sterkere motoren zijn dan de onze. BMW, Ferrari en Mercedes worden alsmaar beter. Ten opzichte van vorig jaar hebben we ons qua vermogen sterk verbeterd, maar het is belangrijker om eerst te zorgen voor betrouwbaarheid.

Het seizoen wordt tot dusver getekend door de nieuwe reglementen. Ben je tevreden over de nieuwe reglementen?

Jarno: Over het algemeen lijkt het wel te werken. Ik durf niet te beweren dat alles terug te voeren is op de nieuwe regels. Ik vind alleen vrijdag en zaterdag tamelijk saai. Verder is het in orde.

Ben je niet tevreden over het one-lap-qualifying format?

Jarno: Er is niets mis met het format. Het brengt meer spektakel, omdat je elke coureur op de baan ziet. Doordat je niet meer kunt bijtanken is de kwalificatie eigenlijk een stukje van de race geworden. Pole-position betekent minder dan vorig jaar, omdat iedereen op een andere strategie zit. Je krijgt daardoor geen goed beeld van de exacte prestaties van een auto of een rijder.

Een van de belangrijkste veranderingen in de reglementen is de invoering van de vrijdagtest. Renault heeft hier verrassend voor gekozen. Hoe sta je nu tegenover die beslissing?

Jarno: Tijdens de eerste twee races hielp het enorm. We rijden met drie auto's, waardoor je meteen een schat aan informatie opdoet, vooral over de banden. Ik kon me daardoor in de kwalificatie meteen richten op een snelle tijd. 

Daartegenover staat dat het team minder kan testen...

Jarno: Ja, dat klopt. Veel van het testwerk kan gesimuleerd worden in de fabriek, maar ik denk dat je pas over een paar races tot een goed oordeel kunt komen, omdat de andere teams tot nu toe nog weinig extra hebben getest. We hebben trouwens zelf ook nog tien testdagen.

Renault staat momenteel zeer sterk in het kampioenschap. Je teamgenoot Fernando Alonso haalde twee keer het podium. Hoe goed schat je hem in vergeleken met andere teamgenoten?

Jarno: Het is heel makkelijk om te roepen dat Fernando de beste is. Je hebt gezien dat hij heel snel is en zeer getalenteerd is. Maar ik heb altijd sterke teamgenoten gehad. Button, Panis en Frentzen waren ook erg snel. Ik kan goed met hem opschieten en het is leuk om tegen hem te rijden en met hem samen te werken.

In Imola reed je je honderdste Grand Prix sinds je debuut bij Minardi in 1997. In hoeverre ben je sindsdien veranderd als coureur?

Jarno: Ervaring maakt het verschil in de Formule 1. Ik ben nu een betere coureur dan toen ik mijn carrière in de F1 begon. Eigenlijk verbeter je je op alle gebieden. Terwijl ik dat zeg vind ik het moeilijk te geloven dat ik op m'n 29e al een van de meest ervaren rijders van het veld ben! 

Er zijn critici die beweren dat je sterk bent in de kwalificatie, maar dat je te weinig agressief bent in de races. Wat doet die kritiek met je als coureur? 

Jarno: Ik erger me er wel aan. Er werd vooral beweerd dat ik geen races kan finishen. Ik heb veel goede races gereden, waarbij de motor zich na tien ronden opblies en ik eruit lag. Dergelijke beweringen komen denk ik vooral van mensen die niet eens echt naar de Formule 1 kijken, maar wel denken dat ze er wat van weten. Maar als je naar een race kijkt en de manier waarop het loopt, weet je wel beter. Ik heb in mijn carrière veel onbetrouwbare auto's gehad en daar kun je als coureur niks aan doen. Maar ik maak me er niet druk over. Ik doe mijn werk. Het team kent mijn potentieel en daar gaat het om.   

De betrouwbaarheid van Renault is in het laatste half jaar sterk verbeterd. Heb je het gevoel dat je kansen keren?

Jarno: Ja zeker. Soms heb je pech, maar je kunt ook niet altijd pech hebben. Ieder jaar ga ik er volledig voor, omdat ik overtuigd ben van mijn kunnen. Momenteel heb ik veel zelfvertrouwen en het lijkt erop dat het vanaf nu alleen maar beter kan gaan. Ik ben ervan overtuigd dat mijn tijd nog komt. 

Wat zijn je verwachtingen voor de rest van het seizoen? 

Jarno: Het is vooral belangrijk dat we races blijven finishen. Betrouwbaarheid is het belangrijkste. Dat zie je aan Ferrari. Als ik races blijf finishen, haal ik vanzelf meer punten en hopelijk ook wat podiumplaatsen. Het zal moeilijk zijn om onze huidige positie in het kampioenschap te verdedigen, maar we doen ons uiterste best! 

 

 

 

Jarno Trulli laat in 2003 alle tegenslagen van de afgelopen jaren achter zich.

 

 

"Het voelde geweldig om voor de topteams te staan."

 

 

"De R23 is zowel aërodynamisch als mechanisch veel beter dan de oude R202".

 

 

"Doordat je niet meer bij kunt tanken is de kwalificatie eigenlijk een stukje van de race geworden."

 

 

"Fernando is heel snel en zeer getalenteerd."

 

 

"Ik ben nu een betere coureur dan toen ik begon in de Formule 1."

 

 

"Ik heb veel onbetrouwbare auto's gehad, maar je kunt niet altijd pech hebben."